CURRICULUM ONTWERP


 

Het curriculumontwerp benadrukt het belang van een duidelijk traject voor professionals en docenten om een samenhangend en vloeiend leerproces mogelijk te maken, met voldoende mogelijkheden om een verscheidenheid aan instrumenten, oefeningen en andere interacties in het leerproces te combineren. 

De partners in dit project ontwierpen leer-units met leerresultaten waarbij de focus niet alleen ligt op het communiceren van inhoudelijke kennis, maar ook ervoor zotgt dat de studenten deze kennis in professionele of persoonlijke situaties kunnen toepassen.

De naam van het curriculum is WERKEN MET VERHALEN en de eenheden binnen het curriculum zijn:

Eenheid 1: Vaardigheden op het gebied van verhalen vertellen

Eenheid 2: Groepsopbouw & Groepsdynamiek 

Eenheid 3: Hoe verhalen werken 

Eenheid 4: Empathische luistervaardigheid 

Eenheid 5: Narratief onderzoek 

Eenheid 6: Culturele en contextuele sensitiviteit

Eenheid 7: Het creëren van nieuwe-/tokomstverhalen

We nodigen je uit om de reis van een zelfsturend leerproces op dit platform te maken door middel van een voorbeeldoefeningen die je hier zélf of in een groep waarmee je (samen)werkt, kunt testen. Om meer te weten te komen, nodigen we u uit om ons curriculum "WERKEN MET VERHALEN" te bekijken onder de button RESULTATEN.

 

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: Kennis opdoen van verhaalstructuren, metaforen en hun mogelijkheden.

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Een favoriet varhaal vertellen en uitleggen

LO2: verhaalstructuten te kennen en te begrijpen

LO3: demogelijkheden van toepassingen van verhaalstructuren te begrijpen

LO4: te weten wat verrellen inhoudt

LO5: zelf-evsluatie uit te voeren en feedback te geven

Voorbeeld-oefening: Inchecken

Begin met een 'portretcirkel' als ijsbreker (snelle portretten van elkaar en een persoonlijke vraag, inclusief trainer) om de groep kennis te laten maken met elkaar. Elke deelnemer tekent een snel portret van minstens 3 anderen (10" per portret), en schrijft (niet stelt!) een vraag aan de ander onder het portret. Na de drie rondes kiest elke deelnemer 1 portret (of 1 vraag) en legt hij/zij de reden van zijn/haar keuze uit aan de groep. Daarna zegt deze deelnemer: "Ingecheckt.”

 

Laat leerlingen bij voorkeur staan als ze vertellen (niet verplicht) Trainer: Wijs erop dat dit al een verhaal vertellen is. We zijn allemaal 'storytellers', zelfs als we denken dat we dat niet zijn.

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

Doel: Een basis creëren voor succesvol groepswerk met behulp van verschillende aspecten van groepsdynamiek

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Werken met groepen begrijpen

LO2: Actieve deelname binnen een groep begrijpen en weten hoe een groep zich ontwikkelt

LO3: Het vermogen om het belang van geleidelijke vertrouwensopbouw en het gevoel van kwetsbaarheid vast te stellen.

Voorbeeld-oefening: 4UP

De deelnemers gaan op stoelen zitten en vormen een kring. De basisregel van het spel is dat 4 deelnemers tegelijk moeten opstaan, maar dat niemand langer dan 10 seconden mag opstaan. Ze mogen niet op een andere manier met elkaar communiceren, maar alleen de andere deelnemers observeren.

Elke deelnemer moet de situatie en de anderen goed in de gaten houden, proberen te begrijpen/communiceren met de groep zonder woorden en ervoor zorgen dat er niet meer dan 4 personen tegelijk opstaan. Omdat beperkingen van fysieke aard gerespecteerd moeten worden - het spel kan in een kring uitgevoerd worden (bijvoorbeeld met hand opsteken), waarbij de regels verder niet veranderen. Voer de activiteit zo uit dat elke deelnemer de kans heeft gehad om op te staan/de hand op te heffen en wanneer dit merkbaar is, begint de groep efficiënt te communiceren. Vraag daarna een korte feedback uit van de groep, bij voorkeur van elke deelnemer over de volgende vraag: hoe wisten ze wanneer ze moesten opstaan? Hebben ze zich ingespannen om opgemerkt te worden? Wanneer hadden ze het gevoel dat ze deel uitmaakten van de groep en met anderen samenwerkten?

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: Kennis van identiteit, (bewust/persoonlijk) vertellen van verhalen en (dominante verhalen) en de gevolgen daarvan (voor individu en maatschappij).

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Identiteit en aspecten van de eigen persoonlijkheid begrijpen

LO2: Identiteit binnen een groep begrijpen

LO3: Het verschil tussen verhalen en narratieven begrijpen wanneer men met verhalen werkt

LO4: Begrjpen wat dominante narratieven doen

LO5: De impact en mogelijkheden van verhalen begrijpen

Voorbeeld-oefening: Emotionele histogrammen Emotional Histogram

Denk aan een moment in je leven waarop je emoties veranderden (gelukkig, verdrietig, boos, tevreden etc.). Probeer deze emoties uit te drukken in kleuren in een histogram (laat voorbeeld zien), van oorzaak tot gevolg, en de uiteindelijke staat.”

Nodig de deelnemers uit om hun 'emotioneel histogram' te bekijken, denk aan het verhaal achter de emoties (Wat is er gebeurd etc.). Geef de verteller en de groep de tijd om het binnen te laten komen en begrip / compassie te tonen. Nodig dan uit tot een gesprek over wat ze denken wat er in hun hoofd gebeurde toen ze de verhalen hoorden.

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: Kennis van de rol van de luisteraar bij het werken met verhalen. 

Kennis van de impact van het (zichtbare) gedrag van de luisteraar op de verteller.  

Kennis van het vermogen om de perceptie van de ander (empathie) over te nemen om hem/haar te kunnen helpen met zijn/haar verhaal. 

Zich realiseren dat het 'ont-machten' van jezelf (bescheiden terugtreden) anderen al sterker kan maken.

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Empathisch luisteren begrijpen

LO2: De relatie tussen empathisch luisteren en gedrag begrijpen

LO3: Vragen stellen en een stap terug doen begrijpen

 

Voorbeeld-oefening: Geïnteresseerd en verveeld 

Om ons bewust te worden hoe ons (luister)gedrag elkaar beïnvloedt. Deze activiteit moet leuk zijn voor de deelnemers.

Deelnemers zitten met z'n tweeën, de een is verteller en de ander is luisteraar. Teller kiest een onderwerp (niet te serieus) waar hij/zij om geeft of interesse in heeft. Luisteraars (ze werden eerder geïnstrueerd door de begeleider) luisteren aandachtig voor een vooraf afgesproken duur tot de begeleider een teken geeft (klappen, hoesten, dicht lopen) en zich dan geleidelijk aan meer en meer verveling vertonen.Vorm groepen van vier of zes en bespreek hoe het voelde. Deel plenair.

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: Studenten zullen leren hoe ze een narratief onderzoek kunnen doen.

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Begrijpen van de ondervragende handelwijze met behulp van narratieve en circulaire vraagmethodieken.

LO2: Begrijpen hoe je gesprekken kunt externaliseren

LO3: Begrijpen hoe een vraag te bedenken met behulp van narratieve onderzoeksmethoden.

LO4: Narratief onderzoek begrijpen in de context van vertelvaardigheden en het werken met verhalen

LO5: Vaardigheden en waarden begrijpen die van toepassing zijn op het vinden van oplossingen.

 

 

Voorbeeld-oefening: Externaliserende vragen

  1. 1. Hoe zou je het probleem noemen dat je leven beïnvloedt?
  2. 2. Als je het zou kunnen beschrijven, hoe zou het dan zijn? Zou het een man of een vrouw zijn? Zou het jong of oud zijn? Spreekt het? Zo ja, wat zegt het?
  3. 3. Wanneer is het probleem voor het eerst in je leven opgedoken?
  4. 4. Wat zijn de doelen die het probleem voor jou en je leven heeft?
  5. 5. Op een schaal van 0 tot 10, waarbij "0" betekent dat het probleem je leven helemaal niet beïnvloedt, en "10" betekent dat het probleem je leven volledig beïnvloedt, waar zou je het probleem in je leven plaatsen?
GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: De cursist weet zich aan te passen aan elke specifieke context en aan culturele verschillen / verschillende culturen.

 

Beoogde leerresultaten (LO)

 

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Verschillende culturele, educatieve en professionele achtergronden begrijpen

LO2: Een veilige omgeving creëren / aanbieden. Ethisch en transparant handelen.

LO3: Het gebruik van gemeenschappelijke taalstructuren

Voorbeeld-oefening: Externaliserende vragen

De deelnemers worden gegroepeerd volgens de karakteristieken van hun gemeenschap/groep. Ze brainstormen over de fysieke kenmerken die een "derde ruimte" zou moeten hebben om met hun gemeenschap te werken. Nodig hen uit om specifieke elementen te benoemen waarmee rekening moet worden gehouden, zowel wat betreft de fysieke ruimte als de juiste omgeving, maar ook rekening houdend met cultuur, traditie, leeftijd, geslacht, enz.

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

DOEL: Studenten moeten de essentiële elementen van een verhaal begrijpen en deze toepassen om een nieuw verhaal te maken. Ze moeten in staat zijn om hun eigen verhaal aan de luisteraars te communiceren.

Beoogde leerresultaten (LO)

Aan het einde van deze unit hebben studenten geleerd:

LO1: Begrijpen hoe men een verhaal kan visualiseren

LO2: Begrijpen hoe men belangrijke details uit een visualisatie kan selecteren om duidelijker te communiceren.

LO3: Verhaalstructuren begrijpen en toepassen

LO4: Een nieuw (persoonlijk) verhaal maken

Voorbeeld-oefening: Een eenvoudig verhaal met een begin en een einde

Herinner je je een plek buiten, waar geweest zou kunnen zijn. Stel je voor dat je in het midden van die plek staat (het kan helpen om je ogen te sluiten).

Kijk om je heen. Wat zie je in de verte? Wat zie je dichtbij? Wat hoor je dichtbij? Wat hoor je in de verte? Wat ruik je? Welke emoties voel je?

Stel je voor dat je de plek verlaat. Kies je eigen vorm van vervoer. Je bent op reis. Hoe voel je je daarbij? Zijn er bijzondere herkenningspunten langs de weg? Je ontmoet iemand. Wat is de interactie? Wat zijn de emoties die je voelt?

Je reist verder, met dezelfde of een andere vorm van vervoer. Neem je de persoon die je ontmoet hebt mee of laat je hem of haar achter? Hoe voelt het om terug te kijken op de interactie?

Je komt op een andere plek. Kijk om je heen. Wat zie je inde verte? Wat zie je dichtbij? Wat hoor je dichtbij? Wat hoor je in de verte? Wat ruik je? Welke emoties voel je?

GA NAAR HET CURSUS CURRICULUM

Storyteller 2017,

Ontworpen door

nl_NLNederlands
en_GBEnglish (UK) de_DEDeutsch sl_SISlovenščina es_ESEspañol it_ITItaliano nl_NLNederlands
X